Taal- en leesonderwijs op de ABC-eilanden; wat moet beter? – Deel 1

Taal- en leesonderwijs op de ABC-eilanden; wat moet beter? – Deel 1

mrt 1, 2024

In diverse lokale media is uitgebreid verslag gedaan van een grootschalig veldonderzoek naar de meertaligheid en leesontwikkeling van basisschoolleerlingen op Aruba, Bonaire en Curaçao. Het onderzoek is uitgevoerd door de Radboud Universiteit (Nijmegen) en de University of Curaçao (UoC) en gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). In twee opeenvolgende artikelen plaatsen Juana Kibbelaar en Amos van Gelderen de onderwijsproblematiek van de ABC-eilanden in een bredere context en reageren vandaaruit op het uitgevoerde onderzoek.

DEEL 1: de context van het taal- en leesonderwijs

Aandacht voor leesonderwijs

Het is positief dat er aandacht is voor de leesontwikkeling van leerlingen op de ABC-eilanden. Broodnodig ook, want hoewel goed leren lezen nergens ter wereld een vanzelfsprekendheid is, wordt dit leerproces op de ABC-eilanden extra bemoeilijkt. Om op deze drie eilanden voor elkaar te krijgen dat alle leerlingen goed leren lezen is het cruciaal om oog te hebben voor de lokale taalcontext. In recent onderzoek van Radboud Universiteit en UoC, en in de berichtgeving erover is deze specifieke context echter volledig buiten beschouwing gelaten.

Het is pas zinvol om over leesontwikkeling op de ABC-eilanden te spreken als eerst duidelijk is welke leesdoelen behaald moeten worden. Daarom zullen we eerst belangrijke aspecten van de specifieke lokale taalcontext belichten die leiden tot te behalen leesdoelen. Vanuit deze context zullen we in een volgend deel het onderzoek en de gepresenteerde conclusies beschouwen. Tot slot reiken we fundamentele aandachtspunten aan om kwaliteitsverbetering mogelijk te maken. Bovenal zijn deze twee delen een oproep om te reflecteren op wat de specifieke taalsituatie van de ABC-eilanden betekent: voor de te stellen leesdoelen, voor de te onderzoeken lespraktijk en het te voeren onderwijsbeleid.

Wat moet (lees)onderwijs voor kinderen doen

Op scholen en met ouders wordt doorgaans veel gesproken over leesmethodes, leestoetsen en over behaalde leesniveaus. Maar het ontcijferen van een methode of toets is niet het doel van leesonderwijs. De bedoeling van (lees)onderwijs is onder andere dat kinderen leren om via lezen informatie te verwerken en kennis te vergaren. Wie goed leert lezen krijgt daarmee toegang tot ‘alles wat er te lezen valt’. En dat is heel veel. In onze moderne tijd zijn dat allereerst honderdduizenden websites. Daarnaast allerlei informatiebronnen op papier: (voor)leesboeken, studie- en informatieboeken, kranten en tijdschriften, wetenschappelijke publicaties, naslagwerken, handleidingen, hypotheekaktes, bijsluiters van medicijnen enz. Een van de allerbelangrijkste onderwijstaken is daarom: zorgen dat alle kinderen via lezen toegang krijgen tot ‘alles wat er te lezen valt’. Zodat kinderen zichzelf verder kunnen ontwikkelen. Zelfstandig en voor de rest van hun leven.

Wat is de realiteit op de ABC-eilanden

Voor wie leesvaardig is in een grote taal is het vanzelfsprekend dat men via lezen toegang heeft tot de eerdergenoemde enorme variëteit aan informatie en kennis over allerhande onderwerpen. Maar wat als je opgroeit in een taal waarin er slechts zeer weinig te lezen is? Hoe word je dan leesvaardig? Hoe kun je leren informatie te verwerken en kennis te vergaren als kennisbronnen er in jouw taal niet of nauwelijks zijn? En hoe moet je in een moderne maatschappij functioneren als je jezelf in je eigen taal op geen enkel vlak afdoende kunt informeren? Dat is het belangrijkste onderwijsvraagstuk voor de ABC-eilanden.

Want het Papiaments is een kleinschalige taal met weinig leesbronnen. Van de beschikbare informatiebronnen in grote talen bestaat 99% in het Papiaments gewoonweg niet – noch op papier noch online. Het in de loop der jaren opgebouwde aantal Papiamentstalige publicaties staat in geen verhouding tot wat grote talen dagelijks publiceren. Op geen enkel vlak: niet voor studie en beroepsuitoefening; niet voor vrijetijdslezen en niet voor informatie op huis-, tuin- en keukenniveau. Vanwege die kleinschaligheid kunnen ook in de toekomst Papiamentstalige publicaties maar mondjesmaat worden uitgebreid.

Wat betekent deze realiteit voor de onderwijsmogelijkheden? Dat Papiamentstalig les- en leesmateriaal minimaal beschikbaar is, betekent concreet dat een grotere taal al op de kleuterschool het Papiaments moet ondersteunen als instrument tot ontwikkeling. Want al vanaf de peuter- en kleuterleeftijd is er slechts zeer weinig mogelijkheid om in het Papiaments via boeken, websites en spelletjes kennis van de wereld op te doen. In de huidige onderwijsinrichting is het Nederlands de taal waarin grondige vaardigheden ontwikkeld zullen moeten worden.

Decennialang talendebat

De constatering dat het Papiaments te kleinschalig is om dezelfde hoeveelheid informatiebronnen te publiceren als grote talen wordt door sommigen uitgelegd als een (koloniale) onderwaardering van het Papiaments. De schaalgrootte heeft echter niets te maken met de waardering van een taal. Het is voor het onderwijs cruciaal dit onderscheid te maken! Het debat over de taal in het onderwijs is decennialang beïnvloed door een verleden van koloniale minachting voor het Papiaments en Papiamentstaligen. De strijd om erkenning en waardering van de nationale taal heeft veel te lang geduurd, maar is uiteindelijk wel succesvol geweest. Want tegenwoordig is de bevolking trots op haar eigen taal, cultuur en identiteit. Ook internationaal krijgt het Papiaments erkenning en waardering. En met de introductie van het Papiaments in het onderwijs is een noodzakelijke en rechtvaardige stap voorwaarts gemaakt. En onomkeerbaar.

Of de introductie van het Papiaments in het onderwijs op de juiste manier is geschied, is echter een andere kwestie. Met het krachtige emancipatietraject van het Papiaments zijn namelijk noch de magere onderwijsresultaten noch het talendebat verdwenen. De erkenning van het Papiaments als taal en cultuuruiting enerzijds en verbetering van onderwijsresultaten anderzijds zijn van elkaar verschillende vraagstukken. Nu erkenning van het Papiaments verworven is, is het de hoogste tijd om de onderwijsbril op te zetten. Dit moet ervoor zorgen dat Papiamentstalige kinderen in de 21e eeuw de onderwijskansen krijgen die ze eerder onvoldoende kregen. En ook om ervoor te zorgen dat de verdere ontwikkeling en bescherming van het Papiaments als taal en cultuuruiting voor de toekomst veiliggesteld wordt.

Onderwijsdoelen voor Papiamentstalige kinderen

Bepalend voor schoolsucces en een kansrijke maatschappelijke toekomst is hoe leesvaardig je bent. Wie niet zelfstandig kan lezen blijft afhankelijk van docenten of anderen om iets te leren, heeft op de arbeidsmarkt onvoldoende kansen en heeft grote moeite om in de moderne maatschappij mee te draaien. Onmisbaar is het inzicht dat Papiamentstalige leerlingen grondige taal- en leesvaardigheden in één van de grote talen moeten ontwikkelen. Niet vanwege (koloniale) minachting voor hun moedertaal, maar simpelweg om ze in staat te stellen zelfstandig kennis- en informatiebronnen te raadplegen.

Papiamentstaligen die onvoldoende vaardigheden hebben in een grotere taal bevinden zich zowel op de arbeidsmarkt als in hun persoonlijke leven in een gedwongen isolement. De grotere taal is dus noodzakelijk voor alle Papiamentstaligen. Ook voor diegenen die niet van het eiland afgaan. De leerkrachten, verpleegkundigen, politieagenten, technici en ambtenaren die lokale (beroeps)opleidingen volgen moeten namelijk, net als studenten in het buitenland, via lezen in een grotere taal hun beroepskennis kunnen ontwikkelen. Zij moeten tevens de vaardigheden ontwikkelen om zelfstandig hun vak bij te kunnen houden als ze eenmaal aan het werk zijn. Wat zou er maatschappelijk gezien op de eilanden gebeuren als hele generaties beroepskrachten niet of onvoldoende in staat zijn (beroeps)kennis en -vaardigheden te ontwikkelen?

Onderwijsdoelen voor eigen taal en cultuur

Het lijkt vanzelfsprekend dat ontwikkeling van een taal en cultuur gebaat is bij zoveel mogelijk onderwijs in die taal. Dit is echter een misvatting. Voor alle Papiamentstaligen geldt dat zij voor hun kennis en informatie voornamelijk zijn aangewezen op publicaties in een grotere taal. Pas als zij voldoende leesbegrip hebben verworven in een grotere taal kunnen zij in het Papiaments op geavanceerd niveau over deze (kennis)onderwerpen spreken of schrijven. Maar wie teksten in een grotere taal onvoldoende begrijpt zal als gevolg daarvan ook in het Papiaments op een veel te laag taal- en kennisniveau blijven hangen. Essentieel is dus dat sprekers van het Papiaments in hun taalgebruik gevoed worden door een goede beheersing van een grotere taal. Alleen dan kunnen zij bijdragen aan ontwikkeling en verrijking van hun eigen taal. Als hele generaties jongeren onvoldoende leesbegrip ontwikkelen in een grotere taal, heeft dat ook negatieve gevolgen voor het Papiaments, als taal en cultuuruiting.

Wat is de huidige praktijk

De huidige lespraktijk is dat leerlingen op veel basisscholen in de eerste jaren voornamelijk Papiamentstalig (kleuter)onderwijs krijgen. Het Nederlands krijgt slechts enkele uurtjes per week aandacht, als vreemde taal. Na enkele schooljaren wordt het Nederlands de instructietaal; met Nederlandstalig les- en leesmateriaal. Het probleem is echter dat de leerlingen tot dat moment onvoldoende de kans hebben gekregen om deze voor hen vreemde taal te leren. Wat valt er dan in groep 5 te verwachten van kennisverwerving uit Nederlandstalig lesmateriaal? En hoe kunnen Papiamentstalige leerlingen zich redden met Nederlandstalige leesboeken waarin het wemelt van de woorden waarvan ze de betekenis niet kennen? Op deze manier wordt het Papiamentstalige leerlingen erg moeilijk gemaakt om te profiteren van onderwijs.

Wie op school de overstap van Papiaments naar Nederlands niet kan maken zal de rest van de schoolcarrière onvoldoende het onderwijs kunnen volgen en een kennisachterstand oplopen. Onnodig, want met een andere aanpak kunnen Papiamentstalige kinderen goed Nederlands leren. Maar dat gaat niet vanzelf. Het is de taak van het onderwijs ervoor te zorgen dat vierjarige kleuters de taalvaardigheid en basiswoordenschat opdoen die zij later als achtjarige nodig hebben om Nederlandstalige teksten te kunnen begrijpen. Duidelijk is dat de kleuters daarvoor veel meer onderwijstijd nodig hebben dan hen nu gegund wordt.

Welke onderwijsdoelen moeten worden behaald

Binnen het Koninkrijk – Nederland en de Caribische eilanden – geldt grotendeels hetzelfde examensysteem en diploma’s worden gelijk gewaardeerd. Een gezamenlijke diplomawaardering op rijksniveau vereist dat de verschillende landen een gelijkwaardige onderwijskwaliteit weten te realiseren, waarbij de leerlingen een vergelijkbare ontwikkeling kunnen doormaken. Meer dan 70 jaar hebben talloze adviesdocumenten en onderzoeksrapporten echter beschreven dat het rendement van het onderwijs op de Caribische eilanden te wensen overlaat en de aansluiting op vervolgonderwijs en arbeidsmarkt ontoereikend is. Wat ontbreekt is een fundamentele onderwijskundige analyse van de oorzaak van de magere resultaten.

Vanwege de kleinschaligheid van het Papiaments delen de ABC-eilanden een gemeenschappelijk onderwijsvraagstuk. Daar waar het Papiaments niet aan algemene onderwijskerntaken kan voldoen, zal het Nederlands (noodgedwongen) een ondersteunende functie moeten krijgen om deze taken over te kunnen nemen. De doelstelling voor het onderwijzen van het Nederlands (of één van de andere grote talen) op de Papiamentstalige eilanden moet daarom zijn: vanaf de vroege schooljaren grondige taal- en leesvaardigheden ontwikkelen om algemene schoolse kennis en vaardigheden te kunnen verwerven. Het onderwijsbeleid van de afgelopen decennia gaat echter geenszins uit van deze doelstelling; op geen van de drie ABC-eilanden. En dat is de echte oorzaak van jarenlang onvoldoende onderwijsresultaten!

Vergeleken met de Engelstalige zustereilanden gaat het om een geheel andere doelstelling voor het Nederlands. De verwarring over het fundamentele verschil is onder meer te zien in het huidige (Nederlandse) BES-beleid, waarbij onvoldoende onderscheid gemaakt wordt tussen Papiamentstalige (Bonaire) en Engelstalige (Saba en Statia) eilanden. Waar het op de ABC-eilanden al decennia aan schort is een fundamenteel andere didactische aanpak met een goed doordachte balans tussen het Papiaments en het Nederlands.

Vanuit het in dit artikel geschetste perspectief en de te behalen leesdoelen beschouwen we het recente leesonderzoek in het volgende deel.

Amos van Gelderen is lector Taalverwerving en Taalontwikkeling bij Hogeschool Rotterdam en senior onderzoeker bij het Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Met zijn jarenlange ervaring heeft hij meegewerkt aan talloze publicaties over taalverwerving en leesontwikkeling.

Juana Kibbelaar is onderwijsadviseur/trainer. Met haar jarenlange ervaring in zowel het Caribische als het Europese deel van het Koninkrijk legt zij zich toe op het opsporen en belichten van de ongelijke onderwijskansen tussen de landen van het Koninkrijk.

Ultimo

Onderwijspuzzel op de ABC-eilanden

Hoe word je leesvaardig als je opgroeit in een taal waarin er slechts zeer weinig te lezen is? Hoe kun je leren informatie te verwerken en kennis te vergaren als kennisbronnen er in jouw taal niet of nauwelijks zijn?